28-10-2025 LEMMER – Sinds 2021 worden op 15 bedrijven van Netwerk Praktijkbedrijven stalmetingen gedaan naar methaan. Uit de data komt een duidelijke lijn naar voren: vooral de kwaliteit en opname van het ruwvoer maakt verschil in de uitstoot. Een goede gras- of maïskuil heeft een lage methaanemissiefactor. Bij graskuilen gaat het hier om een jong, droog gekuild gewas met relatief weinig ruwe celstof. Bij snijmaïs gaat het om een zetmeelrijk gewas.
Concreet betekent het dat boeren hun maaimoment iets moeten vervroegen ten opzichte van het oude advies voor ammoniak, maar wel droger moeten inkuilen. Op deze manier blijft de ammoniakuitstoot beheersbaar, terwijl de methaanuitstoot daalt.
Jong gras wordt sneller verteerd, maar door het droger op te slaan gaat het trager door de koe, wat problemen in de pens voorkomt en geen negatief effect heeft op de diergezondheid. Daarnaast wordt gezorgd voor bestendiger ruw eiwit waardoor de ammoniakemissie ook beperkt blijft.
Wanneer koeien meer kwalitatief goed ruwvoer eten, kan de krachtvoergift bovendien omlaag. Dat is met het oog op de methaanemissie ook interessant omdat de emissiefactor van krachtvoer altijd hoger ligt dan die van goed ruwvoer. De voerkosten per liter melk dalen zonder dat de melkproductie daalt.
Vers gras heeft van nature een lage emissiefactor en wordt efficiënt benut door de koe. Hoe meer vers gras in het rantsoen, hoe lager de methaanuitstoot. Bij weidegang vaak ook de ammoniakuitstoot. De combinatie van jong maaien, droger inkuilen en meer vers gras levert zo dubbele winst op: lagere emissies én lagere voerkosten.
