03-11-2025 LEMMER – Wanneer het wetsvoorstel voor een grondgebonden melkveesector van kracht zou worden, zou 40% van alle melkveebedrijven in Nederland in 2034 niet aan de eis van 0,35 hectare gras per grootvee-eenheid voldoen. Voor 20% van de bedrijven zou het betekenen dat ze grond aan moeten kopen of minder vee moeten gaan houden. De overige 20% kan de eindnorm nog wel halen door meer gras te telen of minder jongvee aan te houden. Dit blijkt uit berekeningen van vereniging van drie accountants- en belastingadviesbureaus.
In het voorstel onderscheiden het wetsvoorstel twee gebieden. Circa twee derde van de landbouwgrond valt onder de ‘agrarische hoofdstructuur en het overige deel wordt geschaard onder de noemer ‘maatschappelijk landbouwgebied’. In gebieden van de ‘agrarische hoofdstructuur’ geldt een norm van minimaal 0,2 hectare grasland of rust-of vanggewas per grootvee-eenheid in 2028, oplopend naar 0,35 hectare per grootvee-eenheid in 2034.
In de ‘maatschappelijke landbouwgebieden’ willen de indieners van het wetsvoorstel in 2034 een maximale veebezetting van 1,5 grootvee-eenheid per hectare. Boeren die aan deze norm voldoen kunnen een vergoeding van 1.000 euro tot 2.500 euro per hectare per jaar ontvangen. Het is voor boeren in deze gebieden ook mogelijk om te kiezen om de graslandnorm te hanteren die geldt binnen de ‘agrarische hoofdstructuur’ geldt, maar dan ontvangen ze geen jaarlijkse maatschappelijke betaling.
