Waterwinning en watergebruik in Nederland fluctueert

17-01-2026 LEMMER – De winning en het gebruik van water in Nederland is de afgelopen veertig jaar op hetzelfde niveau gebleven. Schommelingen worden vooral veroorzaakt door droge versus natte jaren en variaties in de hoeveelheden die voor koelwater worden aangewend.

De winning en het gebruik van grondwater zijn ten opzichte van 40 jaar geleden beperkt gedaald, maar kenden pieken in 2018, 2019 en 2020 door de droogte in die jaren. De winning en het gebruik van oppervlaktewater fluctueren van jaar tot jaar en zijn gemiddeld heel licht gestegen tot 2022 en daarna weer gedaald.

Het drinkwatergebruik is sinds 2005 tamelijk constant, maar iets gedaald ten opzichte van de jaren negentig van de vorige eeuw. Dit terwijl de bevolking wel sterk is gegroeid in deze periode. Sinds 2014 neemt het drinkwatergebruik weer licht toe en bereikte het in 2020 een duidelijke piek, mede als gevolg van de droogte in dat jaar; na 2020 is het gebruik vervolgens weer geleidelijk gedaald.

Oppervlaktewater is de belangrijkste waterbron voor de industrie en energiebedrijven. De drinkwaterbedrijven onttrekken merendeels grondwater. In 2023 was het aandeel van de grondwaterwinning in de leidingwaterproductie 63%. Huishoudens zijn de grootste afnemers van leidingwater. Door waterbesparende maatregelen is het huishoudelijke gebruik van leidingwater per hoofd van de bevolking over een periode van 40 jaar gedaald. In droge jaren is het grondwaterverbruik en leidingwaterverbruik door een hogere waterbehoefte vanuit onder andere de landbouw en huishoudens hoger. 

Elektriciteitsbedrijven zijn veruit de grootste onttrekkers van oppervlaktewater. In 2023 was deze sector verantwoordelijk voor 67% van de totale wateronttrekking. Het water wordt vrijwel geheel gebruikt voor koeling. De schommelingen in de onttrekking van oppervlaktewater worden voornamelijk veroorzaakt door de fluctuerende koelwaterhoeveelheden.

Sinds 2003 wordt geleidelijk aan steeds meer zout oppervlaktewater gebruikt voor koeling. In recente jaren is die trend versterkt doorgezet. Vanaf 2018 komt ongeveer de helft van het ingenomen oppervlaktewater uit zoute wateren; in 2003 tot en met 2009 was dat nog ongeveer een derde. De toename wordt grotendeels verklaard door de nieuwe elektriciteitscentrales op locaties aan de kust en bij zeehavens sinds 2010.  In 2023 daalde zowel het zoet als het zout oppervlaktewatergebruik.