Verkenning van maatregelen voor reductie van emissies op melkveebedrijf

19-10-2026 LEMMER – Onderzoekers hebben de mogelijkheden verkend om ammoniakemissies en broeikasgasemissies op Nederlandse melkveebedrijven te verminderen. Daarbij zijn tegelijkertijd de economische gevolgen op bedrijfsniveau van deze maatregelen in beeld gebracht. Voor de analyse zijn drie bedrijfstypen doorgerekend: een bedrijf op zandgrond zonder weidegang, een bedrijf op kleigrond met beperkte weidegang en een bedrijf op veengrond met relatief veel weidegang. 

Met behulp van het onderzoeksmodel BBPR en de KringloopWijzer zijn zowel individuele maatregelen als complete maatregelpakketten doorgerekend. De onderzoekers telden vast dat managementmaatregelen, zoals eiwitarmer voeren, verbetering van de stikstofbenutting, meer weidegang en lagere stikstofbemesting, leiden tot reducties in de ammoniakemissie van ongeveer 10% tot 21%. De grootste reducties worden bereikt met technische stalmaatregelen: tot 28% voor de Lely Sphere op het kleibedrijfstype. De gecombineerde maatregelpakketten resulteren in een emissiereductie van 23% tot 44%, afhankelijk van het bedrijfstype en de gekozen maatregelen.

Met het oog op de broeikasgasemissies zijn maatregelen zoals inzet van Bovaer, vetten in het rantsoen, methaanarm krachtvoer, fokkerij, nitrificatieremmers, een lagere stikstofbemesting en methaanoxidatie doorgerekend. Bovaer en methaanoxidatie blijken hierbij de meest effectieve maatregelen, met reducties van respectievelijk 9% tot 16% en 10% tot 20% op bedrijfsniveau. De totale maatregelpakketten leiden tot een afname van de broeikasgasemissies van 31% tot 40%.

Voor ammoniakmaatregelen variëren de investeringen van circa 409 euro tot 2.411 euro per koe en voor klimaatmaatregelen van 469 euro tot 709 euro per koe. De effecten op het bedrijfsresultaat verschillen sterk per maatregel en bedrijfstype. Het toepassen van een lager aandeel ruw eiwit in het rantsoen om de ammoniakemissie te verlagen resulteert in lagere mestafzetkosten, terwijl andere maatregelen vooral tot extra jaarlijkse kosten leiden. De daadwerkelijke effecten zijn sterk afhankelijk van de precieze invulling van maatregelen en van aannames in het gebruikte onderzoeksmodel.

Meer details zijn te vinden in het rapport ‘Verkenning van maatregelen voor de reductie van ammoniak- en broeikasgasemissies op Nederlandse melkveebedrijven‘.